Daar wil ik bij zijn

‘Hé, moet je eens horen’, zegt moeder Edith enthousiast. Vader Herman wou net een ommetje maken met blindengeleidenhond Puf. ‘Wat is er?’, vraagt hij gehaast. Edith heeft de plannen van haar man niet door en ratelt vrolijk verder: ‘Op 18 maart is er een markt in het Stadhuis, dat is de laatste dag van de Week van Zorg en Welzijn. Daar wil ik bij zijn.’ ‘Wil je daar naartoe?’, vraagt Herman, terwijl hij met zijn handen naar de riem van Puf zoekt. ‘Nee schat’, lacht Edith. ‘Zo heet de markt: Daar wil ik bij zijn. Maar nu je het zegt, misschien is het wel leuk!’ Dochter Lieke bemoeit zich ermee: ‘Wat is het dan mama?’ ‘Op de markt laten Lelystadse instellingen aan alle aanwezigen zien wat zij te bieden hebben op het gebied van zorg en welzijn’, legt Edith haar dochter uit. Lieke haalt haar schouders op: ‘Mhhh…’, mompelt ze ‘Ik ga liever met Puf een rondje lopen.’ Herman lacht en geeft Edith een kus op haar voorhoofd: ‘Ik loop nu een rondje met Lieke en Puf, maar ga 18 maart met jou naar de markt. Beloofd.’