Bloedprikken

‘Ooooh.’ Lieke kijkt gebiologeerd naar haar vaders arm. Hij heeft bloed laten prikken en er is nog een minuscuul gaatje te zien. ‘Doet het pijn?’ vraagt ze. ‘Nee hoor,’ zegt Herman. ‘Tijdens het prikken voel je alleen een klein steekje.’ ‘Papa? Hoe weet je wanneer je aan de beurt bent?’ vraagt zijn oudste dochter Petra. ‘Mensen met een visuele beperking mogen zich voortaan melden bij de balie van het bloedprikken om rechtstreeks geholpen te worden,’ vertelt hij. ‘Ik hoef dus geen nummertje te pakken. Het nummer op het scherm kan ik toch niet lezen. En Puf ook niet,’ grapt Herman. Blindengeleidehond Puf kijkt op. ‘Moest je eerst wel een nummer pakken?’ vraagt Petra. ‘Er liep een vrijwilliger mee,’ antwoordt Herman. Lieke rent plots naar de kast en pakt haar dokterskoffertje. ‘Ik heb een idee! Ik ben de dokter en jij bent mijn patiënt, Petra.’ Petra, die eigenlijk met haar vriendinnen wil whatsappen, wijst naar Puf. ‘Volgens mij moet je hem onderzoeken. Hij kan geen nummers lezen. Dat moet onderzocht worden, toch?’ verzint ze snel. Lieke denkt hier even over na en begint dan te knikken. ‘Gelukkig heeft Puf dokter Lieke.’ Ze loopt naar Puf en geeft hem een knuffel.