H . E . L . P .

‘Wat doe je, mama?’ Lieke huppelt vanuit de keuken naar de woonkamer met een ijsje in haar handen. Voorzichtig gaat ze op de bank zitten. ‘Ik kijk op de website van LelystadDoet’, antwoordt haar moeder Edith. ‘Zij zijn er voor alles wat met vrijwilligerswerk in Lelystad te maken heeft.’ Lieke kijkt bedenkelijk terwijl ze een hapje van haar ijs neemt. ‘Ze delen bijvoorbeeld kennis en je kan via LelystadDoet ook vrijwilligerswerk vinden.’ Lieke kijkt nog steeds bedenkelijk. Edith moet lachen. ‘Via LelystadDoet heb ik ook mijn vrijwilligersbaan gevonden’, zegt ze. ‘Ze hebben een vernieuwde website. Die ben ik aan het bekijken. Kijk! Een vrijwilligersfunctie voor een dierenverzorger’, zegt Edith, wetende dat haar dochter dol is op dieren. Enthousiast springt Lieke op en haar ijsje vliegt de lucht in. Geschrokken kijken zowel moeder als dochter hoe het ijsje op de grond belandt. Even zijn ze stil tot ze allebei in lachen uitbarsten. ‘Ik wil dierenverzorger worden’, zegt Lieke als ze uitgelachen zijn. ‘Nog even geduld lieverd’, zegt haar moeder. ‘Daar ben je nu nog te jong voor, maar weet je wat? Dit weekend gaan we naar de kinderboerderij.’ Blij springt Lieke op en neer.

‘Lieke, weet je wat er aankomt?’, vraagt Edith aan haar jongste dochter. Lieke kijkt op en schudt met haar hoofd. ‘Prokkelweek’, antwoordt Edith. ‘Van 4 tot en met 9 juni.’ Lieke begint te glunderen. ‘Vorig jaar was superleuk!’, zegt ze. Tijdens de Prokkelweek organiseren verschillende bedrijven activiteiten waarbij mensen met en zonder een verstandelijke beperking met elkaar in contact komen. Vorig jaar deed de familie H.E.L.P. mee aan ProkkelSterrenslag. ‘Dat was het zeker’, reageert Edith. ‘Wat gaan we dit jaar doen, mama?’, vraagt Lieke. ‘Ik lees dat er een talentenshow gehouden wordt’, antwoordt Edith, terwijl Lieke enthousiast in haar handen begint te klappen. ‘En GOL organiseert voor het zevende jaar op rij het Prokkelen in Lelystad’, vertelt Edith. ‘Bij restaurant Resto Van Harte gaan ze 7 juni vogelhuisjes opleuken en insectenhotels gereedmaken. Deze worden door de hele wijk opgehangen. Ook is er een gezamenlijke lunch. Je tante Rita gaat hier vanuit haar vrijwilligersfunctie bij MFA Zuiderzeewijk heen. Misschien kunnen we met haar mee?’ ‘Insecten?’ Lieke trekt een vies gezicht. ‘Vogels vind je wel leuk toch?’, lacht Edith. ‘Vogels zijn lief’, zegt Lieke. ‘Ik zal je tante zo bellen. Gaan we gezellig samen Prokkelen.’

‘Hoe was jullie dag?’ vraagt Edith als ze met haar gezin aan tafel zit. ‘Anne’s fiets is vanmiddag gestolen,’ vertelt Petra. ‘Ooooh,’ zegt Lieke geschokt. ‘Dat heeft een boef vast gedaan.’ Edith geeft haar een aai over haar bol. ‘Heeft ze bij het fietsdepot gekeken?’ vraagt ze. ‘Ja, en ze heeft aangifte gedaan met haar ouders,’ vertelt Petra. ‘Dat is rot,’ zegt vader Herman. ‘Ze hebben het al niet breed. Moeten ze misschien ook nog een nieuwe fiets aanschaffen. Jullie hebben binnenkort toch een excursie waar jullie met de klas fietsend naartoe gaan?’ vraagt Herman. Petra knikt. ‘Misschien kan Stichting Leergeld Lelystad ze helpen,’ zegt Edith. ‘Zij geven financiële hulp aan ouders met een inkomen rond bijstandsniveau. Ze leveren een bijdrage aan dingen die te maken hebben met schoolse activiteiten van kinderen van 4 tot 18 jaar. Zoals computers, schoolreisjes en fietsen.’ ‘Hoe vraag je het aan?’ vraagt Herman. ‘Je kan ze bellen, e-mailen of een brief sturen. Op hun website staat het aanvraagformulier,’ antwoordt Edith. ‘Mijn fiets krijgt de boef niet hoor!’ zegt Lieke opeens. ‘Puf bewaakt hem wel.’ Herman en Edith moeten lachen, terwijl blindengeleidehond Puf niet onder de indruk is en gewoon verder slaapt.

Petra loopt de woonkamer binnen, gooit haar jas en schooltas neer en ploft op de bank. ‘Hoe was school?’ vraagt haar moeder Edith. ‘Goed,’ antwoordt Petra. ‘Je had gym toch?’ Petra is dol op sport. ‘Ja, we gingen korfballen en ons team heeft met gemak gewonnen,’ zegt Petra trots. ‘Super!’ zegt haar moeder enthousiast. ‘Nu je het over korfbal hebt, ik hoorde dat Bureau Gelijke Behandeling Flevoland (BGBF) vorig jaar een zaak bij het College voor de Rechten van de Mens gewonnen heeft.’ ‘Om wat voor zaak ging het?’ vraagt haar man Herman. ‘Korfbalvereniging Exakwa weigerde een jongen met een beperking mee te nemen op kamp,’ vertelt Edith. ‘Terwijl hij met een paar eenvoudige maatregelen wel mee had gekund. De voorzitter van de korfbalvereniging heeft na het oordeel aangegeven hier gelijk wat mee te doen.’ ‘Zo te horen heeft het dus zeker zin om melding te maken bij het BGBF,’ zegt Herman. ‘Ruim jij je tas en jas nog op, Petra?’ vraagt Edith. ‘Maar ik heb spierpijn van het korfballen,’ antwoordt Petra sip. ‘Leuk geprobeerd lieverd,’ zegt Edith met een knipoog. ‘Hup, hup!’ Met zware benen en armen ruimt Petra toch haar spullen op.

‘Moet je horen Herman.’ Edith en haar man zitten in de woonkamer, terwijl hun dochter Lieke uiterst geconcentreerd naar een tekenfilm op tv kijkt. Edith vervolgt: ‘Weet je nog dat voormalig staatssecretaris van Sociale Zaken, Jetta Klijnsma, € 100 miljoen extra wilde geven aan kinderen uit gezinnen met een laag inkomen?’ ‘Jazeker,’ antwoordt Herman. ‘Dat geld is dus lang niet altijd terechtgekomen bij die kinderen,’ zegt Edith. ‘Ik lees hier dat sommige gemeenten het geld wel gewoon goed hebben besteed, maar moet je horen: in sommige gevallen is het geld gebruikt om gaten in de begroting te dichten. En bij sommige gemeenten is het geld zelfs terechtgekomen in de pot algemene middelen. Dat geloof je toch niet?’ zegt Edith boos. ‘Belachelijk,’ reageert Herman. ‘Ik ben nu wel nieuwsgierig hoe gemeente Lelystad het geld heeft gebruikt. En zouden arme gezinnen wel weten hoe ze hiervoor in aanmerking komen?’ vraagt Herman zich hardop af. Plots springt Lieke van de bank en stampvoet op de grond: ‘Mama en papa zijn boos, dus ik ben ook boos.’ Edith lacht om haar nu boze dochter. ‘Ben je weer blij?’ vraagt Lieke. Als Edith knikt, gaat Lieke lachend weer zitten.