Beperkingen Adha-add Lichamelijke beperking Verstandelijke beperking

 

B. Verstandelijke beperking

 

Inleiding

Een verstandelijke beperking is een ontwikkelingsstoornis, waarbij de verstandelijke vermogens niet met normale snelheid ontwikkelen en ook geen normaal niveau bereiken. Een verstandelijke beperking is dus een algemeen – verstandelijk en sociaal zelfredzaamheids -ontwikkelingstekort.
Een verstandelijke beperking wordt vaak zichtbaar gemaakt via een IQ onderzoek. Het  gemiddelde IQ ligt tussen 80 en 120. Intelligentie is dan ook uitgangspunt bij het spreken over een beperking. In de literatuur is de volgende globale indeling van een verstandelijke beperking gangbaar:

Laag begaafd:IQ tussen 70 en 80 (70 – 85 zwakbegaafd)
Licht verstandelijke beperking: IQ tussen 50 en 70
Matige verstandelijke beperking: IQ tussen 20 en 50
Ernstige verstandelijke beperking: IQ minder dan 20

Behalve naar het IQ, wordt voor de diagnose verstandelijke beperking ook gekeken naar de tekorten in het adaptief functioneren, d.w.z. het onvermogen om zich voldoende aan te passen aan de eisen die de omgeving stelt. In de praktijk kijken we vaak in hoeverre iemand in staat is op de verschillende deelgebieden zelfstandig te functioneren, op welke deelgebieden men kan leren of getraind kan worden om meer zelfstandigheid te verwerven en de mate waarin iemand hierbij ondersteuning nodig heeft.

Doordat anderen er vaak van uitgaan dat iemand die moeilijk lerend is wel alles kan net zoals anderen, ontstaan er vaak misverstanden. Hierdoor kan iemand die moeilijk lerend is onzeker en bang worden, een negatief zelfbeeld hebben en dingen niet meer durven.
Als iemand wel goed wordt ingeschat en zichzelf leert inschatten, dan kan hij/zij veel meer.

De gevolgen van een verstandelijke beperking voor ontwikkeling en leren zijn vaak zichtbaar in:

 

Kenmerken

Hieronder volgt een aantal specifieke kenmerken behorend bij een verstandelijke beperking :

Een verminderde exploratiedrang of leergierigheid
Verminderde mogelijkheden op het (cognitieve) gebied van geheugen, begrip en inzicht (moeilijk kunnen lezen, rekenen, schrijven, onthouden, begrijpen)
Verminderde mogelijkheden op het gebied van communicatie en sociale zelfredzaamheid (inzicht, omgang met anderen, geen reëel zelfbeeld)
Verminderde mogelijkheden op het gebied van motorische vaardigheden en/of zelfredzaamheid (praktische vaardigheden)

Doordat anderen er vaak van uitgaan dat iemand die moeilijk lerend is wel alles kan net zoals anderen, ontstaan er vaak misverstanden. Hierdoor kan iemand die moeilijk lerend is onzeker en bang worden, een negatief zelfbeeld hebben en dingen niet meer durven.
Als iemand wel goed wordt ingeschat en zichzelf leert inschatten, dan kan hij/zij veel meer.

 

Tips en adviezen

Maak oogcontact, ga op dezelfde ooghoogte zitten.
Gebruik korte zinnen en eenvoudige woorden.
Gebruik dezelfde woorden voor hetzelfde voorwerp of situatie.
Ondersteun verbale communicatie met ondersteunende gebaren, voorwerpen, pictogrammen en foto’s.
Geef het kind de tijd om te reageren, pas je eigen tempo hierop aan, herhaal zo nodig de vraag maar verander deze niet.
Geen figuurlijk taalgebruik tenzij de betekenis bekend is.
Valkuilen in de interactie zijn; humor, figuurlijke taal, ironie. Doe dit zo min mogelijk.
Controleer of het kind het begrepen heeft.

Samenvattend, het is belangrijk om het tempo van het kind met een verstandelijke beperking te volgen, aan te sluiten op denk -en belevingsniveau van het kind en een open en constructieve houding te hebben. Zeg wat je doet, doe wat je zegt!