Beperkingen Adha-add Lichamelijke beperking Verstandelijke beperking

 

Als de ontwikkeling anders verloopt

De ontwikkeling van een kind kan ook anders lopen. Hiervoor kunnen veel uiteenlopende redenen zijn. Wanneer een kind zich anders ontwikkelt vanwege een beperking, is het belangrijk rekening hiermee te houden. Ons uitgangspunt is dat wanneer daarmee rekening gehouden wordt, een kind mee kan doen aan alle naschoolse activiteiten. Hier wordt onderwijzers/begeleiders tools geboden, waarmee zij aan de slag kunnen. Deze site richt zich op de beperkingen die het meest voorkomen bij kinderen in het reguliere basisonderwijs en die mogelijkerwijs problemen op kunnen leveren bij de naschoolse activiteiten. Hierbij gaat het om:

 

A1 – Asperger syndroom

A2 – PDD-NOS

A3 – Klassiek autisme

 

 

 

foto speciale opvang

A –  ASS

Inleiding

ASS staat voor Autisme spectrum stoornissen. Hieronder vallen vijf ontwikkelingsstoornissen. Omdat Asperger en PDD-NOS de meest voorkomende beperkingen binnen het autistisch spectrum zijn, die in het reguliere basisonderwijs voorkomen, worden de kenmerken van deze twee  beperkingen beschreven, aangevuld met tips en adviezen.

Klassiek autisme, als derde ontwikkelingsstoornis binnen ASS zien we in het reguliere basisonderwijs nauwelijks. Leerlingen met deze beperking nemen over het algemeen deel aan het speciaal onderwijs. Toch hebben we gemeend de kenmerken van de drie overige groepen hieronder te beschrijven gevolgd door een aantal  tips en adviezen.

Tenslotte geven we een samenvatting van een basishouding die iedereen zou moeten aannemen richting kinderen met een vorm van ASS. Klik hier voor een rechtstreekse doorverwijzing.

 

A1 –  Asperger

Inleiding

De Oostenrijkse kinderarts Hans Asperger publiceerde in 1944 zijn eerste artikel over een groep kinderen en jongeren met een afwijkend gedragspatroon. Dit gedrag staat tegenwoordig bekend als de stoornis van Asperger. Het heeft lang geduurd voordat de ideeën van Asperger – oorspronkelijk gepubliceerd in het Duits – tot de Engelse vakliteratuur waren doorgedrongen. De stoornis van Aspereger is in Nederland pas sinds de jaren tachtig bekend, Lorna Wing heeft deze term toen voor het eerst weer genoemd.

 

Kenmerken

Kinderen met Asperger hebben net als mensen met klassiek autisme problemen met sociale interactie. Ze vertonen beperkte patronen van gedrag, een beperkte belangstelling en een beperkt patroon van activiteiten. Het verschil is de spraakontwikkeling. Mensen met de stoornis van Asperger hebben een normale spraakontwikkeling.

Dat wil echter niet zeggen dat ze geen communicatieproblemen hebben. Vooral de meer subtiele sociale aspecten van communicatie vormen een probleem voor mensen met de stoornis van Asperger. Ze hebben wel een normale intelligentie. Soms zijn deze kinderen hoogbegaafd.

Zo kan een vierjarige met de stoornis van Asperger woorden gebruiken die niet bij een normale ontwikkeling horen, waardoor hij erg wijs kan klinken. Er wordt dan vaak aangenomen dat het kind ook op andere gebieden vaardigheden heeft die goed ontwikkeld zijn. Dit is niet altijd het geval. Daar komt bij dat een goed sprekend kind met een vorm van autisme wel kan zeggen iets te weten en te kunnen, maar dat dit niet altijd zo hoeft te zijn.
Asperger  is een onomkeerbaar gegeven. Leerkrachten en activiteitenbegeleiders kunnen wel leren omgaan met de beperking.
Tips en adviezen

regels moeten duidelijk en eenduidig zijn
ga niet in discussie
ongewenst gedrag direct stoppen
bij buitenschoolse activiteiten kind aan volwassenen koppelen
houd het kind in het hier en nu, geef geen ruimte voor fantasieën
trek de aandacht bij het geven van instructie door het kind bij de naam te noemen
gebruik eenduidige taal bij instructie, geen woordspelingen
geef uitdagende opdrachten
laat het kind niet samenwerken
maak gebruik van sterke visuele kant

A2 – PDD-NOS

Inleiding

PDD-NOS staat voor “Pervasive Development Disorder- Not Otherwise Specified”: een pervasieve (diep doordringende) ontwikkelingsstoornis, niet anders omschreven. PDD-NOS is een ontwikkelingsstoornis die niet nader gespecificeerd kan worden, maar die ingrijpt in alle ontwikkelingsgebieden.

Met PDD-NOS wordt een restcategorie ontwikkelingstoornis aangeduid die kenmerken heeft van het autisme, maar niet genoeg om zo te worden genoemd. Eenduidige criteria ontbreken en dat heeft tot gevolg dat nogal eens verwarring ontstaat over wanneer sprake is van deze classificatie. Wel bestaan er enige richtlijnen: er is een duidelijke achterstand of beperking in de sociale interactie; daarbij bestaan er tekortkomingen in de (non-)verbale communicatievaardigheden of is er sprake van stereotiep gedrag en interesses.
Bij kinderen met PDD-NOS ontwikkelen het sociale begrip en de sociale intuïtie zich zeer moeizaam. Dat maakt hen vaak onzeker en angstig. Ter voorkoming van deze angst houden zij zich graag vast aan bekende regels en patronen. In hun interesses kunnen ze zelfs rigide en dwangmatig zijn. De problemen uiten zich bij kinderen met PDD-NOS op verschillende  leeftijden. Naarmate zij meer in de buitenwereld gaan functioneren, worden de problemen groter.

 

Kenmerken

Kinderen met PDD-NOS kunnen opvallen door:

onhandig en angstig gedrag in sociale situaties
weinig begrip en gebruik van non-verbale signalen (oogcontact, gelaatsexpressie, lichaamshouding)
het niet of nauwelijks leren van sociale ervaringen
het ontbreken van wederkerigheid in het contact
een eenzame, gesloten indruk te maken
zich angstig te tonen voor veranderingen
fanatiek vast te houden aan bepaalde routines
zich koppig en driftig te uiten (ingegeven door angst)
een eenzijdige belangstelling tonen
rigide en dwangmatige gedragspatronen te ontwikkelen
overgevoeligheid voor zintuiglijke prikkels
of juist weinig gevoeligheid voor geluiden, beelden, temperaturen of aanrakingen
een trage taalontwikkeling
eigenaardig ouwelijk taalgebruik
taal in alle gevallen letterlijk nemen
een onhandige, stijve motoriek

 

Tips en adviezen

Belangrijk punt is om de omgeving van het kind zo voorspelbaar mogelijk te maken, om angsten te voorkomen. De omgeving zal zich moeten aanpassen aan de problemen van het kind met PDD-NOS en niet andersom. Het kind zal moeten worden begeleid om stapje voor stapje te leren omgaan met onzekerheid. Van de personen om het kind heen wordt gevraagd veel voor het kind te verduidelijken en veel geduld te hebben met driftbuien en agressiviteit. U kunt op de volgende manier rekening houden met het kind.

Te zorgen voor orde, regelmaat en structuur.
Nieuwe dingen stap voor stap in te voeren en voorspelbaar te maken.
Terughoudend te zijn met het uiten van expressieve gevoelens. Emoties zorgen voor verwarring bij het kind en worden vaak niet begrepen.
Bij uitjes en andere bijzonderheden afspraken te maken per dagdeel en de tijd te nemen om dit met het kind te bespreken. Dat voorkomt veel onrust.

 

A3 – Klassiek autisme

Inleiding

Klassiek autisme, als derde ontwikkelingsstoornis binnen ASS zien we in het reguliere basisonderwijs nauwelijks. Het  klassiek autisme is een onomkeerbaar gegeven.   (verplaatst).
Leerlingen met deze beperking nemen over het algemeen deel aan het speciaal onderwijs. Toch hebben we gemeend de kenmerken voorzien van algemene tips en adviezen te beschrijven.

 

Kenmerken

Kinderen met klassiek autisme hebben de nu volgende kenmerken:

Ze zijn niet gericht op andere mensen.
Ze hebben communicatieproblemen: ze praten niet of afwijkend, gebruiken geen gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal of gebaren.
Ze hebben veel routines en rituelen. Alles moet steeds hetzelfde.
Ze spelen het liefst alleen.
Ze maken geen vriendjes.
Ze spelen steeds met dezelfde speeltjes op dezelfde manier..
Ze spelen geen fantasiespelletjes (zoals vadertje en moedertje).
Ze reageren niet op gezichtsuitdrukkingen of gebaren en gebruiken die ook niet.
Ze kijken de persoon die iets tegen hen zegt liever niet aan.
Ze reageren niet op emoties van anderen.
Sommige kinderen praten niet, anderen praten wel maar dan erg afwijkend. Ze herhalen bijvoorbeeld dezelfde woorden, zonder dat ze hiermee iets willen zeggen. Als ze wel hele zinnen gebruiken,
lukt een écht gesprekje niet.
Ze herhalen graag dezelfde bewegingen.
Ook houden ze van vaste gewoontes: ze vinden een vaste dagindeling prettig. Alles heeft een vaste plek.

 

Kenmerken van  klassiek autisme bij heel jonge kinderen zijn:

Het kindje kijkt zijn ouders niet aan.
Het lacht niet naar zijn ouders.
Het houdt er niet van opgepakt en geknuffeld te worden.

 

Tips en adviezen

Samenvattend  kunnen constateren dat de basishouding in de omgang met kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) waaronder Asperger, PDD-NOS en het klassiek autisme vallen, als volgt moet zijn:

Geef structuur: begeleiders hebben de taak om de omgeving zodanig te structureren dat de wereld voorspelbaar en daarmee veilig wordt. Elke ruimte kan het best een eigen functie hebben en elk ding zijn vaste plaats.
Gebruik letterlijke taal: doordat kinderen met ASS taal meestal letterlijk nemen begrijpen ze beeldspraak of een woordgrap moeilijk. Vermijd abstracties zoals ‘straks’, ‘even’ of ‘later’, maar probeer te duiden hoeveel minuten je bedoelt.
Houd een neutrale gezichtsuitdrukking: zo komen je boodschappen het duidelijkst over. Kinderen met autisme vinden het namelijk lastig om stemmingen te lezen van andere mensen.
Gebruik visuele ondersteuning: veel autistische mensen zijn visueel ingesteld. Daarom zijn foto’s en pictogrammen goede hulpmiddelen bij de communicatie.
Help een ritueel op te bouwen: een duidelijk uitgeschreven stappenplan voor een activiteit.
Geef ruimte en grenzen aan preoccupaties: kinderen met ASS richten hun aandacht  star op steeds hetzelfde onderwerp of dezelfde bezigheid. Dat is voor hen een manier om veiligheid te zoeken in een chaotische wereld. Toch is het goed enige grenzen te stellen. Deze kinderen kunnen zich ook volledig in hun bezigheid verliezen, waardoor ze steeds moeilijker te bereiken worden. Spreek duidelijk af wanneer iemand met zijn preoccupatie bezig mag zijn en hoe lang het mag duren.
Bereid veranderingen voor: kondig veranderingen zo vroeg mogelijk aan, leg het uit en ga er geen discussie over aan.
Bewaar je geduld: met boos worden bereik je meestal niets. Autistische kinderen hebben gewoon niet in de gaten als jij druk bent met iets anders.