AGENDA 22 (22 VN-Standaard Regels)
Regel 1
Bevorderen van bewustwording
Overheden moeten actie ondernemen om de samenleving bewust te maken van het feit dat er mensen met beperkingen zijn en daarmee (dus ook) van hun rechten, hun behoeften, hun mogelijkheden en hun bijdragen.
Regel 2
Gezondheidszorg
Overheden moeten garant staan voor het bestaan van doeltreffende medische zorg voor mensen met een beperking.
Regel 3
Revalidatie en Reïntegratie
Overheden moeten zorgen dat er voorzieningen zijn voor de revalidatie en reïntegratie van mensen met een beperking, zodat zij zo zelfstandig mogelijk kunnen (blijven) functioneren.
Regel 4
Ondersteunende diensten en voorzieningen
Overheden moeten de ontwikkeling en de beschikbaarheid van ondersteunende diensten voor mensen met een beperking garanderen, inclusief hulpmiddelen, om hen te helpen het niveau van onafhankelijkheid in hun dagelijks leven te verhogen en hun rechten uit te oefenen.
Regel 5
Toegankelijkheid
Overheden moeten het overkoepelend belang erkennen van toegankelijkheid in het proces van gelijkschakeling van mogelijkheden in alle geledingen van de maatschappij. De overheden moeten voor mensen met beperkingen: (a) actieprogramma’s maken om de fysieke omgeving toegankelijk te maken en (b) maatregelen treffen om hen toegang te verschaffen tot informatie en communicatie.”
Regel 6
Onderwijs
Overheden dienen gelijke kansen als uitgangspunt te erkennen voor basis-, voortgezet en hoger onderwijs in een geïntegreerde omgeving voor kinderen, jongeren en volwassenen met een beperking. Zij moeten waarborgen dat dit onderwijs een geïntegreerd onderdeel is van het onderwijssysteem.
Regel 7
Werkgelegenheid
Overheden dienen het principe te erkennen dat mensen met een beperking in staat moeten worden gesteld om hun mensenrechten uit te oefenen, met name wat werkgelegenheid betreft. Zij moeten op de arbeidsmarkt gelijke kansen krijgen voor productief en betaald werk, zowel op het platteland als in de steden.”
Regel 8
Inkomensbehoud en sociale zekerheid
Overheden zijn verantwoordelijk voor het voorzien in sociale zekerheid en behoud van inkomen voor mensen met een beperking.
Regel 9
Gezinsleven en persoonlijke levenssfeer
Overheden moeten bevorderen dat mensen met een beperking volledig deelnemen aan het gezinsleven. Zij moeten hun recht op een persoonlijke levenssfeer beschermen en erop toezien dat de wet mensen met een beperking niet discrimineert wat betreft seksuele relaties, huwelijk en ouderschap.
Regel 10
Cultuur
Overheden moeten zorgen voor integratie en deelname van mensen met een beperking aan culturele activiteiten op een gelijkwaardige basis.
Regel 11
Sport en recreatie
Overheden moeten maatregelen treffen voor gelijke kansen voor beoefening van sport en recreatie door mensen met een beperking.
Regel 12
Religie
Overheden moeten maatregelen bevorderen die mensen met een beperking in staat stellen gelijkwaardig te participeren in het religieuze leven in hun leefomgeving.
Regel 13
Informatie en onderzoek
Overheden accepteren de eindverantwoordelijkheid voor het verzamelen en verspreiden van informatie over de leefomstandigheden van mensen met een beperking en zij bevorderen uitgebreid onderzoek naar alle aspecten en problemen die het leven van mensen met een beperking bemoeilijken.
Regel 14
Beleidsvorming en –planning
Overheden moeten ervoor zorgen dat rekening gehouden wordt met mensen met een beperking bij alle beleidsvorming en –planning.
Regel 15
Wetgeving
Overheden dragen verantwoordelijkheid om een wettelijke basis te scheppen voor maatregelen die volledige participatie en rechtsgelijkheid waarmaken voor mensen met een beperking.
Regel 16
Economisch beleid
Overheden dragen de financiële verantwoordelijkheid voor nationale programma’s en beleid voor het scheppen van gelijke kansen voor mensen met een beperking.
Regel 17
Coördinatie van werkzaamheden
Overheden zijn verantwoordelijk voor het oprichten en versterken van nationale coördinatiecentra die moeten functioneren als expertisecentrum voor vraagstukken over beperkingen.
Regel 18
Organisaties van mensen met beperkingen
Overheden moeten het recht erkennen van belangenorganisaties om mensen met beperkingen op nationaal, regionaal en lokaal niveau te vertegenwoordigen. Overheden moeten ook de adviserende rol erkennen van deze organisaties bij de besluitvorming over het beleid.
Regel 19
Training van personeel
Overheden zijn verantwoordelijk voor het waarborgen van doelmatige training op ieder niveau van personeel dat betrokken is bij de planning en voorbereiding van programma’s en voorzieningen voor personen met beperkingen.
Regel 20
Nationale controle op en evaluatie van beleidsprogramma’s in het kader van de 22 Standaard Regels
Overheden zijn verantwoordelijk voor het waarborgen van doelmatige training op ieder niveau van personeel dat betrokken is bij de planning en voorbereiding van programma’s en voorzieningen voor personen met beperkingen.
Regel 21
Technische en economische samenwerking
Overheden in geïndustrialiseerde landen én ontwikkelingslanden hebben de verantwoordelijkheid om samen te werken om maatregelen te nemen voor het verbeteren van de leefomstandigheden van mensen met een beperking.
Regel 22
Internationale samenwerking
Overheden moeten actief deelnemen aan internationale samenwerking voor beleid voor gelijke kansen voor mensen met een beperking.